Binnenkort kan je hier de foto’s bekijken van de oud-leerlingendag van 5 maart. Nu al kan je de herinneringen van Luc Claessens mee beleven. Dit is de tekst van zijn toespraak die we met zijn toestemming publiceren. Veel leesplezier!

In september 1969 verkaste ik van het 5de leerjaar in de dorpsschool van Wijnegem naar De Vrijheid in Hoogstraten. Ik ben uit een boerenbroek geschud. Mijn ouders zochten een degelijk internaat en op advies van mijnheer doktoor kwam ik  op het Klein Seminarie terecht. Voor ons gewoon hét Seminarie, ook wel het pastoorsfabriekse genoemd.  Van Daele spreekt zelfs van ”klootjesdrogerij” . In de 7 jaar dat ik op het Seminarie verbleef, heb ik van dit laatste niks gemerkt. Wel integendeel.

Ik kwam in 6VG of 6de Voorbereidende G  terecht bij mijnheer Geerts. We  leerden er  de spelregels van het internaat  kennen van  een klein hevig mannetje, dat bij moment bijzonder driftig kon zijn,  mijnheer Derkinderen;  slapen in chambretten, de kattenwas met koud water in de waszaal, ‘s morgens op tijd komen  in de kapel voor het ochtengebed,  orde en tucht in de refter, ochtendstudie, de procedures voor de ziekenzaal, ..

Ik kreeg n°520 en hield dit nummer voor de rest van mijn loopbaan, om de rekeningen te vereffenen bij mijnheer econoom.

We leerden ook de spelregels van de Klein Koer. Elke klas had op de speelplaats twee doelen  en een bal. Er was altijd voetbal tijdens de speeltijd. Doelpunten maken hoefde niet per se, “in beweging blijven” was de boodschap. Kwestie van vuile praat of vuile manieren  te vermijden.  Op 1 m van de muur was een witte lijn geschilderd. Het was ten strengste verboden  achter de witte lijn te staan. Laat staan tegen de muur te hangen of op de grond te zitten.

Op advies van het toenmalige PMS stroomde ik door naar de 6de Latijnse  en kwam terecht in de klas van Corneel Van De Keybus. Onder de vrienden gewoon “de Neel”. Elke dag Latijn, het was wennen.  Maar ik had erger verwacht.  Ik was in de veronderstelling  dat in de Latijnse gewoon alle vakken in het Latijn werden gegeven. Uiteindelijk  viel  7u of 9 u Latijn nog wel  mee.  Het volgende jaar ging  het aantal uren Latijn naar beneden maar het tempo naar omhoog en leerden we 20 woordjes per dag.

We kwamen terecht op de grote koer. We maakten kennis met Den Tutter, Den Bleuse, de Kak, de Pis, den Beul, de Neus, de Stereo, de Jakke, Prutske, de Faf, … het zijn er maar enkele van de leerkrachten van de eerste jaren.  Later kwamen daar nog bij: de Joeri, Klakske , de prof, de mouche, den Apache, den Tiek, … en zovele anderen. Vermoedelijk hadden de leerkrachten toen ook al een familienaam. Die werd ons niet meegedeeld.

Het waren ongemeen boeiende tijden op school, zowel in de klassen als op het internaat met 600 internen. Ook in de ruimere samenleving werden veel vanzelfsprekendheden in vraag gesteld. Er was heel veel mogelijk op de school. Ik was aangekomen met een broskop en  een jaar later hadden we de eerste heroïsche discussies over de lengte van het haar in de nek, of mochten de haren net tot op of net over de oren? We maakten het mee dat leerlingen op dringend verzoek naar de kapper werden gestuurd. Enkele jaren later hadden we allemaal pukkels en de meesten van ons haren tot op de schouders. De kappers gingen met bosjes fait.

Er werd ook gestudeerd. We brachten  nogal wat tijd door in de studie, maar er was ongelofelijk veel te beleven op de school. Naast de lessen en studie bleef er tijd voor de speelzaal, er was  veel sport:  we hadden voetbal- en basketcompetities, er was een zwembad. Er was gelegenheid tot het volgen van de muziekschool. We speelden theater. We hadden een  kippenhok  in de speelzaal. Je kon biljarten maar even goed klassieke gitaar spelen of tv kijken. We gingen naar het filmforum in Kursaal van Turnhout bij Pater Burvenich, een overbeterlijke fan van Ingmar Bergman. Telkens in een stampvolle zaal, de meisjes en jongens netjes gescheiden. Hormonen overvloedig  in de lucht.  Tijdens een zwoele,  maar naar huidige normen behoorlijk verhullende vrijscène kon je een speld horen vallen.  Niemand die durfde te kuchen.

Rond die tijd besliste de minister van onderwijs over te schakelen naar de vijfdagenweek. Als klasverantwoordelijke kreeg ik de opdracht om op het leerlingenparlement een duidelijk standpunt in te nemen tegen de vijfdagenweek met als motief dat we dan een avond minder op de school zouden zijn. Maar er was geen houden aan. Het compromis was  dat er op zaterdag geen les meer was, maar dat je tot zaterdagmiddag mocht blijven.  Ik denk dat dit overgangsregime geen trimester heeft standgehouden. In onze klas ijverden enkele externen thuis om toch maar op internaat te mogen. Want daar gebeurde het.

Er was veel mogelijk op de school omdat leerkrachten hun passie deelden met het jonge volkje. En gigantisch veel tijd investeerden in de school, ook buiten de schooluren. Om maar enkele dingen te noemen:

  • We speelden theater voorafgegaan door maanden van repetities, die heel wat privileges gaven
  • We kregen zwem- of baskettraining
  • We konden klassieke muziek beluisteren
  • Er werd een wereldwinkel geopend in de school (met allerlei linkse boekskes, het gastarbeidersspel e.d.)
  • We maakten kennis met de vriendelijke jongens van Jesus People die een sessie –of seances- gaven in de grote kapel
  • Wij bezochten een tijdje op woensdag enkele bejaarden in het ouderlingentehuis op de Vrijheid
  • Er werd een bus ingelegd naar Turnhout voor de liefhebbers om naar Clockwork Orange te gaan kijken of naar Antwerpen voor de Rocky Horror Picture Show. Naar de normen van toen, met een behoorlijke portie bloot, seks en geweld … Geen   Alles was mogelijk, op voorwaarde dat je deelnam aan de na-bespreking.  Ik kan je verzekeren dat deze ook telkens bijzonder boeiend was.
  • We konden discussie-avonden organiseren rond eender welk thema.

–         Nogal wat van de leerkrachten die een kamer hadden, kregen af en toe bezoek van ons voor een babbel (en vaak ook voor een pint)

Maar ook in de klaslokalen werden grenzen verlegd, naar mijn inschatting:

  • We kregen geschiedenisles van mijnheer Verhulst met drie boeken en artikels uit de gazet; kwestie om duidelijk te maken dat ze elk een ander verhaal vertelden.
  • Er werd duchtig gediscussieerd over de politieke realiteit, van de putsch van Pinochet in Chili met de moord op Allende, tot de grote boerenbetoging in Brussel en de grote lijnen van het Plan Mansholt, het verschil tussen tactische en strategische kernraketten, het Watergate schandaal… Niets was ons vreemd.
  • Er werd geëxperimenteerd met groepswerk, zelfstudie en andere vormen van klasopstelling

–         Voor ons was het sowieso een sport om leerkrachten te verleiden om hun lesschema te verlaten en te laten vertellen over hun passie. Bij de ene lukte dit al beter dan bij de andere.

Voor ons was het vaak testen hoe ver we te ver kon gaan. Ok, het  is eigen aan het jong zijn. Maar het was nog meer de tijdsgeest toen.  Het was nieuw om evidenties  in vraag te stellen en minstens  aan te dringen op een duidelijke motivatie.

We gingen in onderhandeling over de planning en tijdstip van de toetsen. “Nooit een grote toets op maandag”, we hadden in het weekend immers wel andere dingen te doen (jeugdbeweging, jeugdclub, uitgaan, …).

Ik vond het bijzonder straf hoe expliciet we soms gestimuleerd werden om initiatief te nemen en onze blik te verruimen. Jef Lievens,  onder-directeur, kwam ons vertellen bij het begin van schooljaar dat we zoveel mogelijk moesten doen buiten de lessen en de school, maar dat we d’er wel moesten door zijn op het einde van het jaar.  Dat vond ik bijzonder sterk. Halfweg  onze humaniora kondigde de superior, Frans Verwimp, de “Sus” in de wandelgangen,  een nieuwe organisatiestructuur aan.  Voortaan zou men in de school met verschillende beleidsdomeinen werken en een aantal domeinen konden mede aangestuurd worden door geïnteresseerde leerkrachten en leerlingen, zoals cultuur en welzijn. We zouden samen, via medebeheer,  het programma kunnen maken  voor de school. We vonden het  jammer dat we als leerlingen geen inspraak hadden in didactiek of alles wat met lesinhoud te maken had, maar het model van medebeheer gaf best wel wat mogelijkheden.  De wind van de jaren ‘60 waaide in de 70-tiger jaren in de school.

Het was een kerncentrale van energie en initiatieven. Ongelofelijk wat er mogelijk is, als mensen hun passie inzetten en andere uitnodigen om mee te doen.

Soms was het spannend…

  • Ik herinner me de onderhandeling met zuster Elisabeth van het Spijker over de condities waarop de meisjes konden participeren aan de dansles in de veiling of naar een vrij podium mochten komen in onze school.
  • mee gaan betogen tijdens de lesuren tegen VDB of Vandenboeynants en de 30 miljard voor de aankoop van de F16. De leerlingen organiseerden en Jef Lievens liet begaan of liet het in elk geval oogluikend toe. Hij ging wel mee met ons, om een oogje in het zeil te houden
  • Ik denk aan het theaterproject over Watergate in de speelzaal van de school en in een feestzaal in Hoogstraten

–         Ik denk aan de redactievergadering van de  leerlingenkrant die een kritisch artikel over een leerkracht/opvoeder niet mocht opnemen van mijnheer Verwimp. Censuur,  riepen we. We vroegen een motivatie van mijnheer Verwimp die we ook  consequent publiceerden in de krant, naast het witte blad. Kort daarna was het afgelopen met de krant.

Het laatste jaar werd het dan echt spannend. Zonder dat we het fijne wisten. Maar er werd campagne gevoerd tegen de school. Er zaten ook enkele Amadezen op de school.  Enkele leerkrachten kwamen onder vuur te liggen. Een aantal mensen (zeker ook van buiten de school) hadden het lastig met het beleid. “Als leraars leerlingen raken gaan wij allen staken”. Op een bepaald moment hing de school vol met stickertjes, gedrukt op de persen van AMADA. Tijdens de les werden deze vakkundig verwijderd door de prefect. Enkele weken later volgde een nieuwe sticker-campagne,  nu van groter formaat en met betere lijm…  Er liepen petitieacties, er kwam een clandestiene schoolkrant (Engelenbrood), die prompt verboden werd, er verschenen artikels in de GVA  met titels als “AMADA orkestreert studentenprotest”.  We werden samengeroepen door de superior die verkondigde:   “We zijn links noch rechts, Jezus is ons voorbeeld”.  Als we zouden betrapt worden bij de subversieve acties konden we een diploma vergeten. Dat was schrikken. De oud-leerlingen die in Leuven zaten namen over….

Ook na 40 jaar kijk ik nog terug op deze ongelofelijk boeiende en intense tijd op het Seminarie.  We hadden alles, behalve meisjes… Door het sterke  engagement van vele leerkrachten, de open cultuur en sfeer op de school, de ruime waaier van ervaringen en de onvergetelijke kameraadschap met onze jaargenoten  heeft de Seminarie-tijd mij sterk gevormd.

Luc Claessens – retorica 76

Luc Claessens: “Retorica 76 – na 40 jaar”
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *