Ook de toespraak van Jos Vanachter willen we u niet onthouden. Zo beleeft u de oud-leerlingendag van 5 maart opnieuw.

50 jaar later

Beste feestvierders en genodigden

Na vijftig jaar een beeld geven van zes jaar seminarieleven – en in mijn geval dan internaatsleven – is haast onbegonnen werk. Wat zijn de hoogtepunten die op een dag als vandaag de revue mogen passeren?

Toen wij in 1959 aan onze tocht in Hoogstraten begonnen, hadden sommigen al een plaatselijke voorgeschiedenis. Voor de meesten werd ‘het Pastoorsfabriekske’ een nieuwe biotoop. Ik ben hier verzeild geraakt door toedoen van onze onderpastoor Louis Putseys uit Bertem, die hier uiteraard ook schoolgelopen had.

Retorica 1965 volledig Wij werden al of niet willekeurig in een viertal klassen verdeeld. Bij onze laatste reünie van oktober vorig jaar is het ons gelukt om de 29 namen van 6B, de klas van Gaston Cogghe, weer tot leven te roepen. Laat ik nu maar verdergaan en mijn andere klassenleraren even in herinnering brengen. Voor de vijfde was dit Aloïs Van Dijck, voor de vierde Jef Mermans (nu al 97), voor de derde Louis Verbraeken, voor de poësis Louis Swaegers en in de retorica Jan Van Geet. Onze toenmalige superior Jozef Smets is nu al 101 jaar oud.

We kunnen ook nog andere namen van leraren in herinnering roepen. Denk maar aan Robert Heylen en de ziekenzaal, Louis Van de Keybus, Jef Van Dongen, Willy Van Gerwen en zijn muziekesthetica, zoals De Moldau, Pini di Roma, Beelden uit een schilderijententoonstelling, Frans Bruurs, Sus Verwimp, Warre Van Laeken, Jef Lievens. Ook de lekenleraren deden stilaan hun intrede. Ik denk met bijzondere gevoelens van dank aan Raf Peeters, die mij de liefde voor Engels en Duits bijbracht, maar ook aan Jaak De Mol, die ons dictie en later toneelinitiatie gaf. Sommige gedichten van lang geleden zitten nog in mijn geheugen gebeiteld, zoals Vallende ster van Jefdokia Petronna Rostoptsjina, De held van Rabindranath Tagore, Rook stijgt op uit de mijn van Jozef Simons, Saïdja en Adinda van Multatuli, Jonge man, jonge man, jouw armen zijn te kort om te boksen met God. Om nog maar te zwijgen van de Latijnse en Griekse fragmenten die wij af en toe van buiten moesten leren.

Retorica 1965 - Jan Van GeetOp hun eigen manier, met hun eigen karakter, dat wij na verloop van tijd wel doorhadden, hebben die leraren onze ontluikende talenten in goede banen geleid. Een woord van oprechte dank past hier, omdat wij – mede door hun stimulansen – uiteindelijk onze weg in het leven gevonden hebben. Voor mij bleek dat na enige omzwervingen de Germaanse filologie te zijn. En, je kunt het nooit vermoeden, toen ik afgestudeerd was, bood Jef Lievens mij een job aan in het Klein Seminarie. Maar daar heb ik toen voor bedankt. Zes jaar internaat vond ik meer dan genoeg.

Vijf van onze medeleerlingen zijn al overleden. Hun namen Jan Noë, Jozef Dams, Leo Sips, René Cox en Fons Bartholomeeusen mogen vandaag met eerbied en piëteit uitgesproken worden.

Er zijn nog ontelbare verhalen en anekdotes die verteld zouden kunnen worden. De wederwaardigheden van het knapenkoor in de zondagse eucharistieviering, de maandelijkse proclamaties met de fanfare, de exploten van de KSA-bond, de gezonde na-ijver tussen de kosters van de kleine en de grote kapel die soms uitliep in het ontvreemden van hosties, de biechtstudie op zaterdagmorgen, de dagelijkse eucharistie, de wekelijkse voetwassing in de kelder, waarbij het water als bij toverslag twee keer uit de grond opborrelde, de ontspanningswandelingen naar het Withof, de strafkolonie naar Loenhout, het geitje van Jef Van Dongen, dat ooit eens in een smalle doorgang geïmmobiliseerd werd, zo mooi bezongen in ons alternatieve retoricalied.

Het Klein Seminarie bood ons in het begin van de jaren ‘60 een initiatie in kunst en cultuur. Denk maar aan de vele filmfora in Turnhout, het optreden van de Wiener Sängerknaben en van heel wat kleinkunstenaars, de toneelbezoeken in Tilburg, het verbouwen van de zolders tot gezellige speelzalen, met de vele bonte avonden, waarin onder meer de betreurde Jef Van Uytsel toen al zijn zangtalent kon demonstreren. En de toneelopvoeringen op het seminarie zelf, zoals de komedie Aanbevolen van Ephraim Kishon, of een enkele dansvoorstelling in het Spijker.

Retorica 1965 RomereisEen van de hoogtepunten was ook de Romereis na de retorica. Voor het eerst konden wij met eigen ogen die antieke wereld van onze vele lessen aanschouwen. Tot zelfs een audiëntie bij paus Paulus VI was voorzien.

Daarna is iedereen zijn eigen weg gegaan. Maar de retorica 65 houdt niet op te bestaan. De meesten van ons hebben hun actieve loopbaan al beëindigd. En toch houden wij nog contact, minstens om de vijf jaar, maar misschien mag het in de toekomst een beetje vaker. Want het kind van twaalf uit 1959 is nog altijd niet dood. Wij hebben dat geleerd in de redevoering van Douglas MacArthur, onder impuls van Jef Van Dongen: ‘Jeugd is geen tijdperk van het leven, zij is een geesteshouding.’ Dat wens ik jullie allen toe.

Dank je wel.

Jos Vanachter

Retorica 65

Jos Vanachter: “50 jaar later”
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *